Tijdens de basisstage verschuift de focus van het meedoen, nadoen en zelf doen van enkele activiteiten naar het zelf uitwerken en begeleiden van een eenvoudig aanbod in de kleuterklas.

De stage wordt gespreid over twee stageblokken telkens bestaande uit enkele OPR-dagen en realisatiedagen. De stage vindt plaats in eenzelfde klas met 3-, 4-, of 5-jarigen (niet in een klas met enkel 2,5-jarigen).

De  student leert op een  procesgerichte manier  naar kinderen kijken, namelijk als leraar perspectief nemen en je afvragen wat er aan de binnenkant bij de kinderen afspeelt: wat willen, denken en voelen kleuters. We kijken vanuit de driehoek (kleuters, context, leerplanconcept) om te bepalen welke focussen je kan en wil leggen. Het uitgangspunt van deze manier van kijken is niet ‘wat ze nog niet kunnen/weten’ (effect), maar ‘wat ze willen kunnen/weten’, de mate waarin kinderen betrokken bezig zijn (proces).  De student observeert vanuit een onderzoekende en open houding de kleuters en het klasgebeuren. De student probeert wat hij ziet en doet te begrijpen vanuit de nieuwe inzichten en begrippen die hij opdoet tijdens de verschillende opleidingsonderdelen. De student werkt in verschillende stappen een eenvoudig aanbod uit, vertrekt hierbij vanuit het basismilieu en/of een belangstellingscentrum (BC), houdt rekening met de pedagogisch-didactische principes en neemt initiatieven om volgens een ervaringsgerichte leerkrachtstijl te handelen.

Basisstage B (semester 1) 

De student stelt zelf een planning op voor de stage a.d.h.v. onderstaande richtlijnen:

Stagepakket 1:

– De student plant min. 2 losse observatiedagen in.
– De student plant 2,5 aaneensluitende realisatiedagen in (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag en woensdag).
– De student rond stagepakket 1 af voor donderdag 18 november.
Stagepakket 2:
– De student plant min. 1 observatiedag in.
– De student plant 4 aaneensluitende realisatiedagen in met optie onderbreking van een weekend (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag, woensdag en donderdag of donderdag, vrijdag en maandag, dinsdag).
– De student rond stagepakket 2 af voor vrijdag 21 januari.

Basisstage A (semester 2)
De student stelt zelf een planning op voor de stage a.d.h.v. onderstaande richtlijnen:
Stagepakket 1:
– De student plant min. 2 losse observatiedagen in.
– De student plant 2,5 aaneensluitende realisatiedagen in (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag en woensdag). –
– De student rond stagepakket 1 af voor dinsdag 28 april.
Stagepakket 2:
– De student plant min. 1 observatiedag in.
– De student plant 4 aaneensluitende realisatiedagen in met optie onderbreking van een weekend (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag, woensdag en donderdag of donderdag, vrijdag en maandag, dinsdag).
– De student rond stagepakket 2 af voor vrijdag 17 juni.

Basisstage C jaarvak (hele jaar)
De student stelt zelf een planning op voor de stage a.d.h.v. onderstaande richtlijnen:
Stagepakket 1:
– De student plant min. 2 tot 3 losse observatiedagen in voor 18 december.
Stagepakket 2:
– De student plant min. 2 losse observatiedagen in.
– De student plant 2,5 aaneensluitende realisatiedagen in (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag en woensdag).
– De student rond stagepakket 2 af voor dinsdag 28 april.
Stagepakket 3:
– De student plant min. 1 observatiedag in.
– De student plant 4 aaneensluitende realisatiedagen in met optie onderbreking van een weekend (bijvoorbeeld: maandag, dinsdag, woensdag en donderdag of donderdag, vrijdag, maandag en dinsdag).
– De student rond stagepakket 3 af voor vrijdag 17 juni.

De verwachtingen van de basisstage kan u hier raadplegen.

Hier vindt u een overzicht van de begeleidingsmomenten van deze stage:

Basisstage B (semester 1) 

Overzicht begeleidingsmomenten

Basisstage A (semester 2)

Overzicht begeleidingsmomenten

Basisstage C jaarvak (hele jaar)

Overzicht begeleidingsmomenten semester 1

Overzicht begeleidingsmomenten semester 2

Hier vindt u het begeleidings- en evaluatieformulier in Word- en PDF-versie:

Begeleidings- en evaluatieformulier mentor (Word)

Begeleidings- en evaluatieformulier mentor (PDF)